[met dank aan Ine Aipassa, tuin 18]
Als het over bijen gaat denken de meeste mensen aan de honingbij en dat is niet verwonderlijk.
Honing, door de honingbij geproduceerd, is een bekend en gewild product dat vele toepassingen kent.
Honingbijen leven samen in een bijenkast en worden gehouden door de imker, die de bijenvolken beheert, verzorgt, begeleidt en beschermt. De bijen bestuiven de bloesems van fruitbomen en struiken, groenten en bloemen als ze de bloeiwijzen aanvliegen op zoek naar nectar en stuifmeel. Deze bestuiving heeft vrucht- en zaadvorming tot gevolg en is daardoor cruciaal voor onze voedselvoorziening.
De honingbij is dus een gedomesticeerd ‘huis’dier en is van economische betekenis voor wat betreft honingproductie en bestuiving van (voedsel)gewassen. Er zijn in Nederland naast honingbijen ook meer dan 350 soorten veelal solitair levende wilde bijen o.a. zandbijen, metselbijen, houtbijen en behangersbijen en 20 a 30 soorten hommels.
Wilde bijen zijn vaak kleiner dan honingbijen, ze zijn rustig en steken zelden. Ze zijn vaak gespecialiseerd in bepaalde planten. Er is geen sprake van een volk, elk vrouwtje bouwt haar eigen nest en zorgt zelf voor haar eitjes. Het zijn de solitaire bijen die vaak gebruik maken van een insectenhotel, rommelhoeken, holle plantenstengels en kale zand- en leembodems, dood hout of spleten in stenen.
In tegenstelling tot het ogenschijnlijk ‘bescheiden’ solitaire leven van een wilde bij is de strak georganiseerde samenleving van de honingbij in de door de imker gehouden kast of korf, een complex, sociaal superorganisme.
In de kast of de korf is het op een zonnige dag in het voorjaar en zomer een drukte van belang. In de kast zit de bijenkoningin die in het voorjaar of vroege zomer als net volwassen bij haar bruidsvlucht heeft gemaakt en bevrucht is door het sperma van verschillende mannetjesbijen (darren) met tot wel miljoenen zaadcellen. De koningin blijft de rest van haar leven in de kast en legt eitjes, wel 1600 per dag. In de winter legt de koningin geen eitjes. Als een koningin langzamer gaat leggen wordt ze afgezet en gedood door haar werksters. Dit wordt stille moerswisseling genoemd. Het komt ook vaak voor dat ze vrijwillig vertrekt voordat de nieuwe koninginnen uitkomen en met een deel van haar volk gaat zwermen. Dit heet een voorzwerm en de koningin wordt dan niet gedood.
Als de koningin langzamer gaat leggen, brengen de werksters larven tot ontwikkeling die in aanleg koninginnen kunnen worden. Als de nieuwe koninginnen uitkomen ontstaat er een strijd op leven en dood. De winnares gaat naar buiten om te paren, keert terug naar de kast, neemt haar plaats in en gaat verder waar haar moeder is geëindigd.
De bijenkoningin wordt gevoed en verzorgt door de werksters, ze is groter dan de werksters.
Een bijenkoningin kan gemiddeld wel 3 tot 5 jaar in leven blijven maar ze wordt door de imker om de 1 a 2 jaar vervangen. Als de bijenkolonie te groot wordt en overbevolkt raakt, besluit de koningin dat een nieuwe kolonie gesticht moet worden. Ze vliegt uit en neemt ongeveer de helft of tweederde van de werksters mee. Dit noemt men voorzwermen.
De achterblijvende bijen brengen een nieuwe koningin groot. Als het volk opnieuw te groot wordt en opnieuw gaat zwermen is er sprake van een nazwerm
De honingbijfamilie bestaat verder uit werksters die gedurende hun leven opeenvolgend verschillende taken vervullen en bij hun koningin blijven. De darren hebben tot taak om in de kast de temperatuur mee te regelen. De darren worden gevoed door de werksters, ze gaan en komen en zijn bij alle bijenvolken welkom. Darren die een koningin hebben bevrucht sterven meteen na de paring. In augustus worden de overgebleven darren door de werksters gedood en uit de kast verwijderd en dan zijn er geen mannetjes meer. Dit wordt de darrenslacht genoemd. Het bijenvolk zorgt in de lente weer voor nieuwe darren en dat gebeurt door de koningin die onbevruchte eitjes legt waar de darren zich uit ontwikkelen. De bevruchte eitjes worden vrouwtjes, de werksters.
De werksters vervullen in de loop van hun leven verschillende taken. Ze leven in de zomer enkele weken en in de winter enkele maanden. Ze doorlopen hun leven in steeds wisselende werkgroepen. Als jonge bij maakt ze de broedcellen schoon en houdt ze warm. Daarna wordt ze een jonge voedsterbij en is verantwoordelijk voor het voeden van de oudere larven. Later wordt ze voedsterbij van de jonge larven, een zwaardere taak. Nadat de voedsterbijen worden vervangen door jongere voedsterbijen wordt ze bouwbij en doet onderhoudstaken zoals bouwen aan de raten, was maken en dode bijen opruimen. Vervolgens wordt ze als wachterbij ingezet en bewaakt zij de ingang van de kast en verdedigt de kast tegen indringers. Wachterbijen herkennen ‘eigen’ bijen aan hun geur en laten vreemde bijen niet binnen. Tenslotte worden de oudste bijen zogenaamde haalbijen en zij zoeken voedsel en leveren stuifmeel en nectar.
De bijen die wij door onze moestuinen zien zoemen hebben dus al heel veel werk verzet en veel ervaring opgedaan.
Er is ontzettend veel meer te vertellen over bijen en honingbijen, verbazingwekkende feiten, indrukwekkende rituelen en wonderbaarlijke verschijnselen maken het verhaal van de honingbij heel fascinerend en echt verbluffend!
Op internet zijn veel informatieve artikelen te vinden en in de bibliotheek prachtige boeken over bijen en insecten.
De moeite waard!
Bedreigingen
Hoewel de honingbijen worden bedreigd door b.v. de Aziatische Hoornaar of de Varroa-mijt, door pesticiden en gebrek aan planten, de grootste schade betreft de wilde bijenpopulatie en andere bestuivers zoals wespen, zweefvliegen, vlinders en kevers die 80% van de bloemplanten en 30% van onze voedselplanten bestuiven.
Op dit moment is de insectenrijkdom in Noordwest Europa met ongeveer 75% afgenomen sinds 1950, toen de intensieve landbouw begon en de ruilverkaveling plaatsvond. Wereldwijd zijn zoogdieren, vissen, amfibieën en reptielen sinds 1970 gemiddeld met 68% afgenomen (WWF-België in rapport biodiversiteit)
Alle bijen, zowel honingbijen als wilde bijen en insecten zijn dus bedreigd.
Dat is niet alleen zeer alarmerend voor onze voedselvoorziening maar heeft ook grote gevolgen voor de voedselketen voor met name de vogels, amfibieën en kleine zoogdieren.
Het verdwijnen van waardplanten, het gebruik van insecticiden en pesticiden, de stikstofoverschotten in de natuur, de klimaatverandering en de invasieve exoten die daar het gevolg van zijn, het zijn allemaal oorzaken van de achteruitgang van de biodiversiteit.
Onze rol als moestuinder
Aan de grote bedreigingen kan men als individu niet zo veel veranderen. Klimaatverandering, verlies van biodiversiteit door grootschalige, gemechaniseerde landbouw, stikstofproblematiek, versnippering natuurgebieden, vergiftiging van water en bodem, al deze bedreigingen kunnen we als individu niet keren.
Maar als moestuinder kunnen we een waardevolle bijdrage leveren aan (kleinschalig) herstel van de biodiversiteit in meest brede zin. Kweek naast groente en fruit ook (inheemse) bloemen en kruiden en vooral bloemen met een open kroon. Bij sommige sierplanten is alle nectar en stuifmeel eruit gekweekt en valt er voor insecten niets meer te halen. Maak ook een waterplaats in de moestuin voor insecten en kleine dieren, het geeft een heleboel levendigheid en een voortdurend komen en gaan van kleine, vliegende, kruipende, dorstige tuinbewoners en tuinbezoekers.
Een doorgezaagd vat, een grote rechthoekige (bouw)kuip, ingegraven en omzoomd met platte stenen en een enkele kei maakt een prachtig poeltje in de tuin. Een glooiende kuil afgedekt met vijverfolie is al helemaal gemakkelijk aan te leggen, de maat is dan zelf te bepalen. In mijn moestuin is een kleine waterplaats compleet met kleine kikkertjes en in het WIJ-land is ook een piepklein poeltje met een kikkertje er in. Zo leuk! Wel steeds aanvullen met (regen)water.
Nestkastjes en rommelhoekjes, een stapel takken of (vermolmde) stammetjes op een rij, een stapel dakpannen met wat stro en droge bladeren ertussen gelegd of een zelfgemaakt insectenhotel……het ziet er leuk uit en het biedt heel veel schuil- en nestgelegenheid aan allerlei tuindieren.
Natuurlijk geen gif gebruiken in de tuin, geen kunstmest en geen (goedkoop) plastic en we doen dan echt wat we kunnen.
Mijn persoonlijke ervaring hiermee is dat er weinig plagen en ziekten in mijn tuin zijn en als er al eens een aantasting is, dan geneest mijn tuin zich zelf en doe ik zelf niets (behalve slakken vangen) Ik gebruik ook geen grote hoeveelheden mest, alleen mulch van eigen tuin en wat compost van mijn keukenafval en wat konijnenmest van het konijn van mijn kleinkind. Ik heb een mooie oogst en grote kolen dus ik denk dat mijn groenten vinden wat ze nodig hebben.
Het is van groot belang dat we bewust zijn van de gevaren die onze natuur bedreigen en dat we proberen ons aandeel te leveren bij het herstellen en verzorgen van flora en fauna die ons leven zo rijk, zo mooi en zo gezond houden.
Bronnen: internet, YouTube, publieke data, eigen beeldmateriaal